Wat is een 'evangelie'?

 

Vanaf de tijd van keizer Augustus (geboren 63 v Chr. ; hij regeerde van 27 v.Chr. tot 14 n.Chr) werden de heersers vereerd als godheid, als zoon van god en als heiland van de wereld. Dit bracht een bepaalde cultus met zich mee, die zich uitte in de bouw van tempels, beelden en de viering van zijn geboortedag. Die geboortedag was de belangrijkste feestdag in die cultus. Op deze feestdag werd de bijzondere betekenis van de keizer voor de wereld en de volkeren van zijn rijk geproclameerd. Die betekenis hield in dat met de geboorte van de keizer-god (zijn verjaardag) een nieuwe tijd was aangebroken, waarin heil en voorspoed voor iedereen was weggelegd. Fik Meijer vertelt in zijn boek 'Jezus en de vijfde evangelist', 2015, p.176:
 
"In een inscriptie uit 9 v.Chr., afkomstig uit Klein-Azie, wordt de verjaardag van Augustus gecelebreerd in de volgende bewoordingen:


'Deze dag heeft de wereld een ander aanzien gegeven. Zij zou ten ondergang gedoemd zijn geweest, als zich niet in de man die vandaag geboren is, een voor alle mensen gemeenschappelijk heil had geopenbaard. Wie in dit geboortefeest de grondslag ziet van zijn eigen bestaan en van al zijn levenskrachten, oordeelt juist. Eindelijk is de tijd voorbij dat men het moet betreuren geboren te zijn. De voorzienigheid heeft deze man met dergelijke gaven begiftigd, dat zij hem aan ons en aan de komende generaties als heiland heeft gezonden. Twisten zal hij beslechten, alles met zijn heerlijkheid vervullen. De geboorte van de god heeft de wereld de daaruit voortvloeiende evangelia gebracht. Met zijn geboorte begint een nieuwe tijdrekening.' "
 
De geboorte van de keizer betekende dus dat er een nieuwe tijd aanbrak, die goed nieuws, heil en zegeningen bracht: "evangelia" (goede berichten). Een evangelie was dus een soort verkiezingsrethoriek en propaganda voor de keizer, die van alles beloofde aan zijn onderdanen: geluk, voorspoed en vrede.
 
Een evangelie is een proclamatie of afkondiging van de komst van een nieuwe heerser en een nieuwe tijd, met de beloften van heil en heerlijkheid voor alle volkeren van zijn Rijk.
 
Voor de evangelieschrijvers was dit eigenlijk niets bijzonders. Zij zullen dit heel goed herkend hebben omdat in de heilige geschriften van het joodse volk, het Oude Testament, zulke 'evangelien' veel voorkomen. De aankondiging van de komst van een nieuwe tijd met een nieuwe koning, door God gezalfd, en de bijbehorende heerlijkheid en gerechtigheid voor alle volkeren en in het bijzonder voor het joodse volk, is een rode draad in die heilige geschriften. De evangelieschrijvers sluiten aan bij die traditie en laten zien dat die nieuwe tijd met de komst van Jezus de Messias (= 'gezalfde') begonnen is en zij beschrijven hoe de gerechtigheid en heerlijkheid van die nieuwe tijd onder die nieuwe koning er uit ziet en zal zien. Zij geven veel meer dan een biografische terugblik op het leven van Jezus. Hun verhaal is tegelijk een 'biografische' vooruitblik op dat koninkrijk van God.