JEZUS DE ZOON.

 

Over de stamboom van Jezus volgens Lukas 3:23.

 

 

In dit artikel geef ik een alternatieve visie op de lange geslachtslijst van Jezus, zoals die in Lukas 3:23 beschreven wordt. Op voorhand moet ik zeggen dat ook deze visie, evenals andere visies, geen sluitend verhaal is. Toch meen ik grond te hebben voor deze andere lezing van de geslachtslijst van Jezus bij Lukas.

 

Inleiding

 

De evangelist Lukas geeft in Luk.3:23 een lijst met namen die weergeeft hoe Lukas de afstamming van Jezus ziet. Hierover het volgende in het kort als inleiding en vraagstelling. De namenlijst van Lukas ziet er zo uit:

 

1 Jezus (77 vanaf Adam) 2 Jozef 3 Eli 4 Mattat 5 Levi 6 Melchi 7 Jannai 8 Jozef 9 Mattatias 10 Amos 11 Naum 12 Hesli 13 Naggai 14 Maat 15 Mattatias 16 Semein 17 Josek 18 Joda 19 Joanan 20 Resa 21 Zerubbabel 22 Sealtiel 23 Neri 24 Melchi 25 Addi 26 Kosam 27 Elmadan 28 Er 29 Jozua 30 Eliezer 31 Jorim 32 Mattat 33 Levi 34 Simeon 35 Juda 36 Jozef 37 Jonan 38 Eljakim 39 Melea 40 Menna 41 Mattatta 42 Natan 43 David (35 vanaf Adam) 44 Isai 45 Obed 46 Boaz 47 Salma 48 Nachson 49 Amminadab 50 Admin 51 Arni 52 Chesron 53 Peres 54 Juda 55 Jakob 56 Isaak 57 Abraham (21 vanaf Adam) 58 Terach 59 Nachor 60 Serug 61 Reu 62 Peleg 63 Eber 64 Selach 65 Kenan 66 Arpaksad 67 Sem 68 Noach 69 Lamech 70 Metuselach 71 Henoch (7 vanf Adam) 72 Jered 73 Mahalalel 74 Kenan 75 Enos 76 Set 77 Adam  God.

 

In schema met groepen van zeventallen:

 

1 Jezus 77

2 Jozef 76

3 Eli 75

4 Mattat 74

5 Levi 73

6 Melchi 72

7 Jannai 71

8 Jozef 70

9 Mattatias 69

10 Amos 68

11 Naum 67

12 Hesli 66

13 Naggai 65

14 Maat 64

15 Mattatias 63

16 Semein 62

17 Josek 61

18 Joda 60

19 Joanan 59

20 Resa 58

21 Zerubbabel57

22 Sealtiel 56

23 Neri 55

24 Melchi 54

25 Addi 53

26 Kosam 52

27 Elmadan 51

28 Er 50

29 Jozua 49

30 Eliezer 48

31 Jorim 47

32 Mattat 46

33 Levi 45

34 Simeon 44

35 Juda 43

36 Jozef 42

37 Jonan 41

38 Eljakim 40

39 Melea 39

40 Menna 38

41 Mattatta 37

42 Natan 36

 

43 David 35

44 Isai 34

45 Obed 33

46 Boaz 32

47 Salma 31

48 Nachson 30

49 Amminadab 29

50 Admin 28

51 Arni 27

52 Chesron 26

53 Peres 25

54 Juda 24 3x

55 Jakob 23

56 Isaak 22

57 Abraham 21

58 Terach 20

59 Nachor 19

60 Serug 18

61 Reu 17

62 Peleg 16

63 Eber 15

64 Selach 14

65 Kenan 13

66 Arpaksad 12

67 Sem 11

68 Noach 10

69 Lamech 9

70 Metuselach 8

71 Henoch 7

72 Jered 6

73 Mahalalel 5

74 Kenan 4

75 Enos 3

76 Set 2

77 Adam 1

78 van God.

 

 

 

 

Lukas volgt, na Jezus, de lijn van Jozef, en als je die lijn afloopt dan zit je meteen midden in de problemen.

Als Lukas de stamboom van Jozef, als vermeende vader van Jezus, volgt dan is er een onoplosbaar probleem met Natan, de zoon van David, omdat Natan geen eerstgeborene en koninklijke erfgenaam is, en niet in de lijst van koningen voorkomt, en Jozef volgens de Schriften (en ook Matteüs) juist in die lijn thuishoort. Jozef moet een nazaat zijn van koning Salomo, die Lukas in zijn lijst niet noemt. Wel benadrukt Lukas dat Jozef van het huis van David is (Luk.1:27-28 ; 2:4), wat een noodzakelijke voorwaarde is voor de Messias, maar dat is de koninklijke lijn van David via Salomo ook. God heeft beloofd David voor altijd te zegenen en ook zijn zoon, die een huis/tempel zal bouwen voor de Heer. Die zoon is Salomo, bijgenaamd Jedidja, de “Geliefde van de Heer” (2Sam.7:12-17 ; 1Kon.8:17-21 ; 1Kon.1:30 ; 2Sa.12:25).

Verder zegt Lukas dat Jozef de zoon van Eli is, terwijl Matteüs stelt dat Jozef de zoon van ene Jakob is. Hoe dit op te lossen? Zijn die Eli en Jakob dezelfde personen? Of waren het broers en is Jozef vrucht van een zwagerhuwelijk? Lukas volgt ogenschijnlijk wel Jozef, de wettige (Davidische) vader van Jezus, maar de namenlijst, zowel wat betreft Natan/Salomo als Eli/Jakob en ook andere namen, is problematisch en klopt niet. De voorlopige conclusie is: de lijst van Lukas kan blijkbaar niet de stamboom van Jozef zijn.

 

Dan is die stamboom misschien van Maria, en is Eli feitelijk de vader van Maria, en Jozef de schoonzoon van Eli. Beter gezegd, dan moet die stamboom van Maria zijn. Maar in dat geval is de stamboom eigenlijk van Eli, omdat verder alleen zijn lijn gevolgd wordt.

Maar als Lukas de stamboom van Maria volgt, waarom begint hij dan met Jozef? Terwijl Lukas de Davidische oorsprong van juist Jozef benadrukt (1:27 ; 2:4) zegt hij niets over zo'n afstamming van Maria, integendeel hij schrijft dat Maria familielid/nicht is van Elisabeth, en Elisabeth is van de stam van Levi, evenals haar man Zacharias, de priester (Luk.1:5,6,36). Maria schijnt dus eerder van de stam van Levi te zijn en niet van Juda/David. Hier moet wel gezegd worden dat, volgens de traditie, Maria door haar huwelijk met Jozef in de stam van Jozef (dus de stam van Juda) is opgenomen, maar dat dat niet geldt voor haar voorouders.

Wanneer Lukas dan zijn namenlijst begint met 'Jezus was, naar men meende, de zoon van Jozef' dan wil hij juist bevestigen en weer benadrukken dat Jezus uit het koninklijke huis van David stamt. Maria met een Levitische geslachtslijn is daar niet de juiste persoon voor.

Verder leert de oeroude traditie dat de vader van Maria de heilige Joachim is en haar moeder de heilige Anna. Zijn Joachim en Eli dan dezelfde personen?

Daar komt bij dat de lijst van Lukas in de eerste eeuwen ook niet gelezen werd als de stamboom van Maria. Het idee dat dit de stamboom van Maria zou zijn is pas veel (eeuwen) later bedacht en gemeengoed geworden.

Ook is er een probleem met Zerubbabel, de zoon van Sealtiel, omdat deze twee namen bij Matteüs en in het Oude Testament in de koninklijke lijst staan, als voorvaders van Jozef en Jezus. Hoe zijn die twee dan in de niet-koninklijke lijst van Maria terecht gekomen? De bezwaren zijn heel zwaar. Ik zie geen goede overtuigende reden om aan te nemen dat Lukas de stamboom van Maria geeft. Zeker als je de tekst van Lukas leest zoals hij hem geeft namelijk dat Jezus de (veronderstelde) zoon was van Jozef, van Eli, van enz.

 

Er zijn allerlei oplossingen voor deze problemen bedacht:

-Het was een (Romeins en/of Joods) gebruik in de tijd van Lukas om een geslachtslijst van de vrouw te geven via de man van die vrouw. Vandaar, zegt men dan, dat Lukas netjes met Jozef, begint, maar eigenlijk Maria bedoelt, omdat Jozef feitelijk de schoonzoon van Eli was. Maar als je zegt dat dit de lijn van Maria is, dan zeg je eigenlijk dat het de stamboom van Eli is, want na Eli volgt zijn geslachtslijst. Waarom zou Lukas in dit geval dan ook niet gewoon zeggen dat Jozef de schoonzoon was van Eli, de vader van Maria? N.B. Lukas is in zijn evangelie opvallend vrouwvriendelijk, laat ze uitgebreid aan het woord en laat ze belangrijke rollen vervullen. Dat rijmt niet echt.

-Er zijn diverse zwagerhuwelijken of andere uitwegen nodig (b.v. adoptie, gepuzzel met de namen zoals 1 persoon met twee verschillende namen) om de lijst van Lukas kloppend te maken met de lijst van Matteüs en de lijsten van het Oude Testament.

-Lukas gebruikte een voor ons onbekende bron met namen en geslachtslijsten.

-Lukas (en Matteüs) bedreef geen strikte genealogie, maar contrueerde een handige 'stamboom' met willekeurige namen, die hem goed uitkwam.

 

Bovenstaande is maar een fractie van de discussie die gaande was/is over deze problematiek. Ik ga daar verder niet op in. Pearce, 2012, heeft hier e.e.a. over geschreven en veel is te vinden op het internet.

In het kort kun je m.i. het volgende zeggen:

De naam Natan in de namenlijst betekent dat dit niet de stamboom van Jozef kan zijn en de namen Jozef, Natan, Eli, Sealtiel en Zerubbabel in de lijst maken duidelijk dat dit niet de stamboom van Maria kan zijn. Als de namenlijst van Lukas niet de lijst van Jozef kan zijn en ook niet van Maria, wat doet hij dan wel?

 

In het evangelie van Lukas (3:23-38) geeft de schrijver de lange genoemde lijst met namen, waarmee hij de oorsprong/afstamming van Jezus beschrijft. De lijst bestaat uit 77 namen. Hoewel sommige bronnen minder namen hebben, wordt over het algemeen het aantal van 77 aangehouden. Deze wijze van tellen komt vaker voor in de bijbel. Lukas speelt hier natuurlijk met het getal 7 als getal van volheid, samen met het getal 4 van uitgebreidheid, en komt op 11 maal 7 is 77 namen. Elf is dan het getal van volkomen vervulling (Labuschagne). De namenlijst verwijst naar de 'hele wereld', de hele mensheid, waarvan Jezus 'de zoon' is.

 

De schrijver, die veel belang hechtte aan de ordening van zijn verhaal (Luk.1:1), doet meer in zijn lijst.

Hij ordent ze niet alleen in 11 groepen van 7. Hij zorgt er ook voor dat een aantal van die groepen beginnen met een belangrijk persoon. Dat begint met Henoch, het zevende geslacht vanaf Adam (Jud.1:14), dan Abraham de 21ste naam vanaf Adam (3x7) en David, de 35ste persoon vanaf Adam (5x7). Hij plaatst de naam Jozef als 42ste (6 x7) en als 70ste (10 x7) naam vanaf Adam, en een derde maal plaatst hij de naam Jozef als vader van Jezus (zie schema).

Verder valt op, zoals gezegd, dat Lukas de lijst via David niet laat verlopen via zijn zoon koning Salomo, maar via zijn zoon Natan (zo lijkt het in de traditionele lezing van deze lijst), die geen koning is geweest. Lukas geeft klaarblijkelijk geen koninklijke lijn voor de afstamming van Jezus, zoals Matteus doet. Van David naar Adam heeft hij nauwkeurig de namen van de stambomen in het oude testament gevolgd (op 3 doelbewust ingevoegde namen na).

Tussen Jezus en David gaat Lukas blijkbaar een heel andere kant op. Tussen Jezus en David zitten 42 namen (42 als getal van de volle maat van het (wel en) wee van de menselijke geschiedenis). In het midden van deze 42 bevinden zich Sealtiel en Zerubbabel, mannen uit de tijd van de Babylonische Ballingschap, namen die vreemd genoeg ook in de koninklijke lijst van Matteüs voorkomen (of je moet aannemen dat dit twee andere mensen zijn). Dat zijn de enige namen in die lijst van 42 tussen David en Jezus, die verwijzen naar voor ons bekende personen, behalve Jozef de man van Maria natuurlijk. Alle overige namen tussen Jozef/Jezus en David zijn van onbekende personen als je de lijst beschouwd als een gewone stamboom. Welke bron Lukas hiervoor gebruikt heeft is niet bekend.

 

De verwarring die de stambomen van Matteus en Lukas in de loop van de geschiedenis hebben veroorzaakt is groot. De spraakverwarring is Babylonisch. Er wordt zoals gezegd van alles bedacht om de twee lijsten van Matteus en Lukas te harmoniseren (gegoochel met namen, zwagerhuwelijken, adoptie e.a.).

Heel veel kritiek en bezwaren die ingebracht worden in de discussie over de stamboom van Lukas kun je ook zien als bevestigingen voor de gedachte dat Lukas iets anders deed dan een gewone stamboom geven. Hieronder wil ik die andere mogelijkheid verkennen.

 

Wat doet Lukas: hoe schrijft hij zijn verhaal?

 

Wanneer de geboorteverhalen van Lukas voornamelijk letterlijk leest dan ontstaan er talloze (bovengenoemde) problemen. Jozef is in het geboorteverhaal, letterlijk gelezen, niet de (biologische) vader van Jezus. Dan moet de namenlijst een wettige afstamming voorstellen, maar wel vreemd dat die via Natan loopt (bij Matteus nl. via Salomo). Of de lijst is de afstamming via Maria, en die moet dan wel van Davidische oorsprong zijn, want hoe kan Jezus anders nog 'zoon van David' zijn.

De geboorteverhalen (hoofdstuk 1,2,3) kenmerken zich o.a. door de nadruk die Lukas legt op de rol van engelen/boodschappers van God (bij Zacharias de vader van Johannes de Doper, bij Maria, bij de herders) en op de rol van de heilige Geest: bij Johannes de Doper, bij Elisabeth, bij Maria, bij Simeon en ook bij de doop van Jezus door Johannes. Lukas' verhalen zijn geestelijk: ze hebben betrekking op God, op hemelse en eeuwige zaken. Zijn geboorteverhalen hebben een sterk 'beeld en gelijkenis' karakter.

 

Vooral in het verhaal van de aankondiging (annunciatie), door de engel Gabriel, van de geboorte/verwekking van de Heer benadrukt Lukas het werk van de heilige Geest (Luk.1:26-37). Maria zal een zoon baren, die zoon van de Allerhoogste genoemd zal worden. Hij zal de eeuwige koning over het huis van Jakob zijn en aan zijn koningschap komt geen einde. In deze woorden zijn blijkbaar de eeuwige dood en opstanding van Jezus inbegrepen. Lukas spreekt hier al over de opgestane Heer, nog voordat Hij geboren is. Zijn vertelling gaat niet zomaar over een natuurlijke geboorte die op onnatuurlijke wijze tot stand komt. Maria reageert op de boodschap met: hoe kan dat, omdat ik geen gemeenschap heb met een man. Dan zegt de engel: “De heilige Geest zal over je komen en de kracht van de Allerhoogste zal je als een schaduw bedekken. Daarom zal het kind dat geboren wordt, heilig worden genoemd en Zoon van God.” Maria wijst, heel realistisch en nuchter, op de aardse weg van de noodzakelijke geslachtsgemeenschap. Maar de engel lijkt in zijn antwoord te zeggen: dit is geen kwestie van (aardse) geslachtsgemeenschap, die speelt bij de verwekking van deze eeuwige Zoon geen enkele rol. Gods heil komt niet tot stand langs de aardse weg van de geslachten. Integendeel, de heilloze weg van de opeenvolging der geslachten loopt bij Jezus ten einde. Dit is vergelijkbaar met wat Paulus zegt n.a.v. de besnijdenis: het is volkomen onbelangrijk of men besneden is of niet, het gaat erom of je een nieuwe schepping bent en gelooft, en door de Geest je naaste liefhebt (Gal.5:5, Gal.6:15). Maria's vraag (hoe kan dat als ik geen gemeenschap met een man heb?) lijkt op die vraag van Nikodemus in reactie op Jezus' woord dat een mens opnieuw geboren moet worden om het Koninkrijk te kunnen zien. Nikodemus vraagt: hoe kan iemand geboren worden als hij al oud is?’ Hij kan toch niet voor de tweede keer de moederschoot ingaan en weer geboren worden? Jezus antwoordt: “Wat uit het vlees geboren is, is vlees, en wat uit de Geest geboren is, is geest.” 'Vlees' wordt niet geboren uit 'geest'. De geest baart geen vlees. Lukas verhaalt over de Opgestane, geestelijke mens van God.

De 2000 jaar van Abraham tot Jezus hebben laten zien dat 'vlees en bloed' (langs de weg van de aardse opeenvolging der geslachten) het koninkrijk van God niet kan erven. Jezus, de eeuwige Messias van Israël, zal verwekt en opgewekt worden door de heilige Geest en door de (opstandings)kracht van God. In dit verhaal is het m.i. niet Lukas' bedoeling om een inkijkje in het liefdesleven van Maria en Jozef te geven, maar maakt hij duidelijk wie Jezus is en wat zijn oorsprong/genesis is. Hier is Maria vooral beeld en gelijkenis van de bruid van God. En God heeft, bij wijze van spreken, slechts één Bruid, één Vrouw, met wie Hij gemeenschap heeft en een kind krijgt: het heilige hemelse Jeruzalem (Hos.2:20, Opb.21:2, Jes.54:5-8, Jes.62:4,5, Gal.4:22-31). Dat Jeruzalem is maagdelijk, rein en zuiver, wat door de 'maagd Maria' uitgebeeld wordt. En die bruid baart Gods eeuwige Zoon door de heilige Geest. De rol van Maria is groot en gelukkig te prijzen, maar de genesis/geboorte van Gods eeuwige Messias is uitsluitend Gods werk, door de heilige Geest.

 

Lukas schrijft dat Jezus, 'naar men meende' of 'zoals algemeen werd aangenomen' de zoon van Jozef was. Voor de gewone mensen, zijn dorpsgenoten en tijdgenoten, waaronder ook Lukas, is Jezus de zoon van Jozef en Maria (Luk.2:27,33,41,43,48). Daar is weinig op af te dingen, de natuurlijke loop van het leven is vanzelfsprekend. Voor God echter, laat Lukas zien, is Jezus zijn Zoon, van de moederschoot af door de heilige Geest en door de kracht van God verwekt (Luk.1:35). Ook daar is niets op af te dingen. Het leven, de dood en de opstanding van Jezus, de Messias van Israël, is eeuwig en geestelijk van Godswege. Zijn aardse verwekking en bestaan is tijdelijk en voorbijgaand, geboren uit een vrouw en onder de wet van Israël, met aards lijden en sterven (Gal.4:4; 1Petr.4:1; Hebr.5:7,8). Maar God heeft Hem door zijn Geest, vanaf het allereerste begin, tot gehoorzaamheid en eeuwige volmaaktheid gebracht ten behoeve van de (zondige) gewone mensen. En nu geeft Lukas als slot van de geboorteverhalen Jezus' 'stamboom'. Hierover het volgende.

 

John Gill wijst er in zijn commentaren op dat de Griekse tekst zo gelezen moet worden:

“Jezus was een zoon van, zoals algemeen werd aangenomen, Jozef,

(Jezus de zoon) van Eli,

(Jezus de zoon) van Mattat,

(Jezus de zoon) van Levi,

(Jezus de zoon) van Melchi,

Enz.

(Jezus de zoon) van Set,

(Jezus de zoon) van Adam,

(Jezus de zoon) van God.”

Toch blijft John Gill de lijst lezen als een klassieke genealogische lijst, een stamboom, waarbij voornamelijk de biologische afstamming centraal staat, een lijst dus van zonen en hun vaders.

 

De Griekse tekst suggereert echter een andere manier van lezen, namelijk, niet als een klassieke stamboom, maar eerder als een lijst van afzonderlijke namen in relatie tot Jezus als zoon.

Dat wil zeggen dat de namen in relatie staan tot Jezus, als zoon, en niet in de eerste plaats in relatie tot elkaar (geen opeenvolging van vaders en hun zonen). De lijst van namen in Lukas 3 is dan niet allereerst een ‘genealogische’ verticale lijst van zonen en vaders, geen stamboom zoals wij die gewend zijn om te lezen. De namen van de mensen worden in de lijst van Lukas afzonderlijk horizontaal verbonden met de Naam van Jezus. Dit geldt dan met name voor de lijst van 42 namen tussen Jezus en David, maar dat geldt evengoed voor de namen van David tot Adam, die daarnaast tegelijk een zoon-vader relatie hebben, zoals beschreven in het Oude Testament.

 

Welke grond kan er zijn om de lijst met namen bij Lukas zo te lezen?

 

In het grote verhaal dat Lukas vertelt, zowel in zijn evangelie als in zijn Handelingen, is de verbinding met de teksten van het Oude Testament heel nauw. Alles wat hij schrijft is ge-ent op de stam van de oude heilige Schrift in de vorm van citaat, (indirecte) verwijzing, zinspeling, toespeling of woordspeling. Zijn verhaal is gedrenkt in de wateren van de oude teksten. Het is dan ook moeilijk voor te stellen dat hij met zijn namenlijst van Jezus tot David ineens een obscure lijst geeft van voornamelijk onbekende personen.

Zoals gezegd: de bezwaren tegen de stamboom van Lukas zijn eigenlijk bevestigingen van het idee dat Lukas iets anders deed dan het geven van een gewone verticale stamboom. Hieronder een aantal voorbeelden.

 

1. Allereerst de bovengenoemde manier waarop Lukas de lijst geeft, nl. dat hij schrijft: Jezus was, naar men meende, de zoon van Jozef, van Eli, van Mattat....van David....van Abraham....van Adam, van God. Niet de onderlinge relaties worden benoemd, maar de relatie van deze personen ieder afzonderlijk met Jezus als zoon.

 

2. Lukas noemt Jozef, de man van Maria, in de traditionele lezing een zoon van Eli. In zijn stamboom schrijft Matteus dat Jakob de vader van Jozef is. De twee lijsten komen niet overeen. De pogingen om dit te harmoniseren zijn zwak. Uit dit gegeven valt al af te leiden dat Lukas iets anders deed dan een reguliere stamboom geven, ervan uitgaande dat Matteus een correcte stamboom geeft.

Beide namenlijsten van Matteus en Lukas kunnen/mogen apart bezien worden in reatie tot de schrijver en zijn bedoelingen. Beiden schrijven dat Jozef de (legitieme) vader van Jezus de Messias is. Dit is op zich al betekenisvol. Bij Matteus is Jezus niet alleen de zoon van David, de zoon van Abraham, maar ook de zoon van Jozef, de zoon van Jakob (als verwijzing naar de aartsvaders Jakob en zijn zoon Jozef): Jezus is naast de 'zoon van David' ook de “Mashiach ben Yoseph”, de 'zoon van Jozef', de verwachtte lijdende messias in de joodse traditie. Ook Lukas, op zijn eigen wijze, verklaart dat Jezus de messias 'ben Jozef' is. De naam Jozef komt driemaal voor in Lukas' namenlijst tussen Jezus en David. Jozef is de aarstvader die het eerstgeboorterecht heeft gekregen in plaats van Ruben, de eigenlijke eerstgeborene van Jakob. Jozef, de aartsvader en vertegenwoordiger van geheel Israel, is de erfgenaam van de beloften van land en vruchtbaarheid. De Messias, de grote zoon van Jozef/Israël, is daarvan de erfgenaam en de volledige vervulling. Bij Lukas is Jozef niet zomaar de wettige vader van Jezus, maar Lukas benadrukt ook dat Jozef hier representatief is voor geheel Israël. Het gaat Lukas blijkbaar niet om een relatie tussen Jozef en Eli, maar om de relatie tussen Jezus en Jozef en tussen Jezus en Eli afzonderlijk.

 

3. Lukas schrijft: 'van Resa, van Zerubbabel, van Sealtiel, van Neri,'. In de traditionele lezing betekent dit: Resa, de zoon van Zerubbabel, de zoon van Sealtiel, de zoon van Neri. Echter, de vader van Sealtiel is Jojakin en niet Neri (1Kron.3:17) en Zerubbabel had, voor zover bekend, geen zoon genaamd Resa. Neri en Resa zijn namen van onbekende personen. Lukas kende, dat kun je gerust aannemen, de Schriften en wist m.i. heel goed dat daar gezegd wordt dat Jojakin de vader (of grootvader, afhankelijk van de vertaling) van Sealtiel is (1Kron.3:17) en dat Zerubbabel zeven zonen had en een dochter, maar geen zoon genaamd Resa (1Kron.3:19,20). Hier geeft Lukas blijkbaar geen relaties weer van zonen naar vaders. Hij deed met zijn lijst iets anders.

 

4. In Lukas' lijst staat: “...van Levi, van Simeon, van Juda, van Jozef,”. Dit zijn dezelfde namen als van vier van de 12 aartsvaders, vier broers, zonen van Jakob. De traditionele lezing zegt dus dat een verder onbekende Levi, de zoon is van ene Simeon, die de zoon is van ene Juda, die de zoon is van ene Jozef. De tijd waarin zij dan zouden geleefd hebben is ruwweg in de 9de eeuw vChr. In die tijd werden de namen van de aartsvaders niet gebruikt voor andere mensen. Er is uit die tijd, voor de Babylonische Ballingschap (6de eeuw vChr.), niemand, voor zover bekend, die deze namen droeg. Dit werd pas een gebruik na de Babylonische Ballingschap. Het is heel wel mogelijk dat Lukas hier een andere lezing bedoelt dan de traditionele/verticale en met deze namen heeft willen verwijzen naar de zonen van Abraham zelf en hun relatie tot Jezus.

 

5. In de namenlijst heeft Natan, volgens de traditionele visie, een zoon genaamd Mattatta. In de bijbel wordt alleen gezegd dat Natan een zoon was van David. Verder is niets bekend over Natan, de zoon van David. Alleen in Zach. 12:12 wordt gesproken van de rouwklacht, als over een enig kind en oudste zoon, van “het geslacht van het huis van David afzonderlijk en hun vrouwen afzonderlijk, het geslacht van het huis van Natan afzonderlijk en hun vrouwen afzonderlijk”.

Zacharia verwijst hier volgens de joodse uitlegger Rashi naar het huis van de profeet Natan, en ook John Gill wijst in zijn commentaar op het huis van de profeet Natan, omdat Natan als de zoon van David al inbegrepen is in 'het huis van David'. Dit lijkt m.i. ook het meest voor de hand liggend. David en de profeet Natan vormen samen de basis van het koninkrijk Israël. Dankzij de profeet Natan verkreeg Salomo op het laatste nippertje de troon van David, overeenkomstig de beloften van de Heer (1Kon.1:28-30).

Feit is dat nergens terug te vinden is dat Natan, de zoon van David, een zoon genaamd Mattatta had. Lukas lijkt hier dan ook niet perse een vader-zoon relatie te geven, maar eenvoudigweg te zeggen: Jezus is de zoon van Mattatta, en de zoon van Natan, en Hij is de zoon van David.

 

6. Het is wel opvallend dat Lukas Natan noemt.

Daarmee laat hij zien dat hij vanaf David pas (van Jezus af geredeneerd naar Adam) de koninklijke, messiaanse lijn betreedt via David naar Juda. De lijn van Lukas loopt niet via Salomo. Als het om de Messias gaat dan moet hier een rood lampje gaan branden en een alarm afgaan. Nogmaals: Lukas, de schrijver, wist heel goed wat hij hier deed. Van David naar Adam is het prima te volgen voor de lezer, maar van Jezus naar David gaat Lukas een heel andere weg. Dat Lukas hier Natan noemt in plaats van Salomo kan gezien worden als een doelbewuste kritische ovegang naar David als koninklijke voorvader van Jezus de zoon van David. Deze Natan, of hier nu sprake is van de zoon van David of de profeet Natan of iemand anders maakt niet uit, is echter geen koninklijke voorvader van Jezus. Lukas vertelt iets anders: met Natan in deze lijst maakt hij duidelijk dat hij geen chronologie van vaders en zonen volgt tussen Jezus en David, want dan had hij Salomo in de lijst opgenomen als zoon van David.

Als je zijn namenlijst ziet als een 'horizontale stamboom' dan is de combinatie van de namen Natan en David eerder een voor de hand liggende verwijzing naar de profeet Natan en zijn koning David, die samen een leven gedeeld hebben en het koninkrijk Israël hebben gesticht, dan naar de verder geheel onbekende zoon van David.

 

Er is, zoals gezegd, slechts één plaats in de bijbel, Zach.12:12, waar Natan en David tezamen genoemd worden. Daar is de Natan die genoemd wordt (hoogstwaarschijnlijk) de profeet Natan. De context van die profetische woorden in Zacharia 12 is veelzeggend.

 

“Te dien dage zal Ik zoeken te verdelgen alle volken die tegen Jeruzalem oprukken. Ik zal over het huis van David en over de inwoners van Jeruzalem uitgieten de Geest der genade en der gebeden; zij zullen hem aanschouwen, die zij doorstoken hebben, en over hem een rouwklacht aanheffen als de rouwklacht over een enig kind, ja, zij zullen over hem bitter leed dragen als het leed om een eerstgeborene. Te dien dage zal in Jeruzalem de rouwklacht groot zijn, zoals de rouwklacht van Hadadrimmon in het dal van Megiddo; het land zal een rouwklacht aanheffen, alle geslachten afzonderlijk; het geslacht van het huis van David afzonderlijk en hun vrouwen afzonderlijk, het geslacht van het huis van Natan afzonderlijk en hun vrouwen afzonderlijk, het geslacht van het huis van Levi afzonderlijk en hun vrouwen afzonderlijk; het geslacht van Simi afzonderlijk en hun vrouwen afzonderlijk; alle overige geslachten, alle geslachten afzonderlijk en hun vrouwen afzonderlijk. Te dien dage zal er een bron ontsloten zijn voor het huis van David en voor de inwoners van Jeruzalem ter ontzondiging en reiniging.” (Zach.12:9-13:1 NBG).

 

In dit hoofdstuk 12 worden twee zaken met heel grote nadruk beschreven: ten eerste dat “alle geslachten afzonderlijk” zullen klagen en rouwen over 'hem die zij doorstoken hebben als over een enig kind en over het leed van een eerstgeborene', en ten tweede dat “hun vrouwen afzonderlijk” zullen rouwen. Zacharia profeteerde na de Ballingschap ten tijde van de priester, wetgeleerde en leraar Ezra. Ezra was uit Babel teruggekeerd en gaf zich volledig over aan rouw en verdriet over het feit dat de Israëlieten zich vermengd hadden met de (heidense) 'dochters van het land'. 'Het heilige zaad', Israël, had zich verontreinigd door te trouwen en kinderen te krijgen met niet-Israëlitische vrouwen. Dit was nadrukkelijk niet toegestaan in de wet van Mozes (Deut.7:1-6). “En terwijl Ezra bad en schuld beleed, en zich wenend neerwierp voor Gods tempel, kwam er een zeer grote menigte Israëlitische mannen en vrouwen en kinderen om hem heen staan. Zij huilden bitter.” (Ezra 10:1). Israël, zegt Zacharia, en dit wordt bij Ezra bijvoorbeeld duidelijk, zal door de Geest tot inzicht en berouw gebracht worden over 'Hem die zij doorstoken hebben' (God die zij in de steek gelaten hebben en zijn Wet die zij veronachtzaamd hebben) en zich bekeren en vergeving van zonden vinden.

Een soortgelijk gebeuren beschrijft Lukas in het boek Handelingen, deel 2 van zijn grote verhaal: de Geest wordt op Pinksterdag uitgestort over alle joden te Jeruzalem, “die afkomstig waren uit ieder volk op aarde.” (Hand.2:5). Daarna somt Lukas alle denkbare geslachten van de aarde op. “Het hele volk van Israël” wordt krachtig toegesproken door Petrus over Jezus, “die u gekruisigd hebt” en die van Godswege Heer en Messias is. De luisteraars waren “diep in hun hart getroffen” en vroegen wat zij nu moesten doen. Het aantal gelovigen dat zich liet dopen was ongeveer 3000, een getal van goddelijke volledigheid. (Hand.2:36,37,41).

 

De 42 geslachten (42 als getal van de volle maat van de ongerechtigheid van de mensheid) tussen Jezus en Natan/David vertegenwoordigen 'alle geslachten afzonderlijk en hun vrouwen afzonderlijk', die allemaal afzonderlijk rouwen over hem die zij doorstoken hebben, als over hun 'enig kind', en tegelijk zien zij een ontsloten bron van hoop op Gods genade en reiniging van zonden. Ieder geslacht verhoudt zich tot 'hem die zij doorstoken hebben' op eigen titel. Hij is hun verdriet en hun hoop. De aanwezigheid van Natan in de namenlijst laat een duidelijke scheiding zien tussen de 42 namen van Jezus naar David en de 35 namen van David naar Adam. Lukas maakt duidelijk met zijn lijst dat Jezus de langverwachtte zoon van David is, maar hij geeft bovendien goed nieuws voor alle geslachten met de 42 namen tussen Jezus en David.

 

In dit verband kan het juist betekenisvol zijn dat alleen Lukas zijn evangelie begint met de verhalen over de geboorten van Johannes de doper en Jezus, waarin Zacharias, Elisabeth, Maria, en Simeon (en ook Hanna) allemaal een afzonderlijke en persoonlijke lofprijzing geven op de Naam van de Heer, die verlossing gebracht heeft in de komst van dit 'enig kind' Jezus (Lofzang van Zacharias, Lofzang van Elisabeth, Lofzang van Maria, Lofzang van Simeon, Lukas hoofdstuk 1 en 2). En Lukas vertelt als enige evangelist over de volksmenigte en de vrouwen die Jezus op zijn kruisweg volgden dat zij 'weeklaagden en zich op de borst sloegen', waarop Jezus de vrouwen aanspreekt met “dochters van Jeruzalem, huil niet om mij” (NBV Luk.23:27-31). Lukas geeft de vrouwen hier een afzonderlijke plaats in relatie tot Jezus.

Lukas laat met Natan in de namenlijst zien dat hij niet zomaar zonen en vaders op een rijtje zet: de grote koning David en de profeet Natan, stichters van het koninkrijk Israël, markeren bij Lukas de overgang in de geschiedenis van het volk Israël naar de universaliteit van Gods Koninkrijk, waarin de eeuwige Koning-Messias Jezus op de troon van David zit.

 

Over de afzonderlijke namen in de lijst van Lukas.

 

Paus Benedictus, Joseph Ratzinger, geeft in zijn boek (JEZUS van Nazareth, 2007, p.37 e.v.) de volgende mooie uitleg van het bijbelverhaal over de Doop in de Jordaan (Lucas 3:21, Matteus 3:13):

 

“Nieuw is dat Jezus zich wil laten dopen, dat Hij zich voegt bij de grauwe groep zondaars die staat te wachten aan de oevers van de Jordaan. Bij de doop hoorde de belijdenis van zonden. De doop op zich was een belijdenis van zonden, een poging om zondig leven achter zich te laten en nieuw leven te beginnen. Kon Jezus dat dan? Hoe kon Hij zonden belijden? Kon Hij zijn oude leven afleggen en een nieuw leven beginnen? Christenen moesten dan wel een vraag stellen. Ze hadden dezelfde vraag aan Jezus als te horen is in het dispuut, verhaald door Matteüs, tussen de Doper en Jezus:’Ik zou door U gedoopt moeten worden. En U komt naar mij?’(Mt 3,14). Matteüs vervolgt: ’Jezus gaf hem ten antwoord: “Laat nu maar, want zo behoren wij de gerechtigheid volledig te vervullen”. Toen liet Johannes Hem begaan’ (Mt 3,15). ….........................

De onderdompeling in de doop houdt een schuldbelijdenis en een bede om vergeving en een nieuw begin in. In zoverre is Jezus’ aanvaarding van Gods wil, in een door zonde getekende wereld, ook een teken van solidariteit met de mensen. Ze zijn schuldig, maar verlangen naar gerechtigheid. Pas na Jezus’ kruisiging en opstanding is de betekenis van deze doop geheel duidelijk geworden. Door af te dalen in het water bekennen de dopelingen hun zonden en proberen ze de last van hun schuld kwijt te raken. Wat deed Jezus? Lucas-die in zijn Evangelie altijd de aandacht vestigt op het bidden van Jezus en hem voortdurend laat zien in gebed, in gesprek met de Vader-zegt ons dat Jezus biddend de doop ontving (Lc 3,21). Pas het kruis en de verrijzenis maakten aan de christenen duidelijk wat er gebeurd was: Jezus had de schuldenlast van heel de mensheid op zijn schouders geladen. Hij dompelde ze onder in de Jordaan. Zijn openbare optreden begint ermee dat Hij in de plaats van de zondaar treedt.” (cursivering van mij).

 

Bij deze doop van Jezus zegt de hemelse stem: “Jij bent mijn geliefde Zoon, in jou vind ik vreugde”, en de heilige Geest daalde op Hem neer. Jezus wordt voorgesteld als de Zoon van God en als Gods geestelijke mens, die de ongerechtigheid/zonden van heel de mensheid op zich neemt en Gods gerechtigheid vervult. Met zijn doop (zijn dood en opstanding) vervult Hij alle gerechtigheid. Die vervulling geldt voor alle mensen. Direct na deze verklaring dat Jezus de geliefde Zoon van God is geeft Lukas de lijst van 77 geslachten (van Jezus naar Adam), waarmee hij wil zeggen: Hij is de zoon van de gehele mensheid, “de Mensenzoon” (NBG: zoon des mensen), die door God, Zijn uiteindelijke oorsprong, uitverkoren en gezonden is. Deze term ‘Mensenzoon’ wordt door Lukas, en ook in de andere evangeliën, veelvuldig gebruikt. Met zijn verhaal van de doop in de Jordaan en zijn stamboom verklaart Lukas in één tekening dat Jezus niet alleen de Zoon van God is, maar tegelijkertijd de zoon van de mensheid.

 

Deze stamboom, zoals ook andere stambomen in de bijbel, is niet zomaar een opeenvolging van geslachten om iemands genealogische verleden met historische precisie in kaart te brengen. Dit is een stamboom met een (geestelijke) boodschap. Die boodschap betreft de identiteit en de ‘genesis’ (=oorsprong en toekomst) van iemand. Dat geldt zeker voor de 'stamboom' van Jezus, die Lukas geeft. Lukas plaatst Jezus aan het hoofd, het begin van een lange lijst met namen. Die positie van Jezus, de 43ste plaats na David, de 77ste na Adam, betekent dat Lukas Hem presenteert als de hoop 'van alle geslachten'. Met Hem eindigt het oude Rijk van de mens en begint het nieuwe Rijk van God. Bij Lukas is Jezus de Zoon van de belofte, de Erfgenaam van Alles, die alle dingen nieuw maakt als Gods gerechtigheid voor alle mensen. Jezus, het Woord, is de ‘genesis’ van de mensheid. Daarom is Hij de zoon (erfgenaam en erfenis) van Adam, van Noach, van Abraham, van David, en van alle mensen. God heeft ons een kind, een zoon gegeven: eerst aan Israël, maar ook aan de volkeren (Jes.9:6).

Jezus is allereerst de grote zoon (en Heer) van Israël, maar dan ook de zoon en Heer:

van Qin,

van Han,

van Hindu,

van Frank,

van Saks,

van Frisi,

van Dakota,

van Sioux,

van Inca,

van Maya,

van Kongo,

van Swahili,

van Zulu.

Enz.

Voor alle volken, geslachten, families en mensen is Jezus de zoon. Hij is Gods Zoon, door God aan ons geschonken om onze Rechtvaardige zoon en erfgenaam te zijn. Hij is onze gerechtigheid, de erfgenaam en de erfenis, door de vergeving van zonden en de gerechtigheid van God die Hij heeft gebracht. Met zijn namenlijst geeft Lukas niet de stamboom van Jozef, niet van Maria/Eli, maar van Jezus, de zoon van David, en de zoon van God die de zonden van de hele mensheid heeft weggedragen.

 

Voordat ik de namen die Lukas geeft afzonderlijk bespreek enkele opmerkingen.

 

-In het Oude Testament komen veel namenlijsten voor waarin namen staan van mensen waarvan wij niets anders weten dan alleen hun naam. Zo ook in de namenlijst van Lukas: ook daar kom je namen tegen van mensen waarvan verder niets bekend is.

 

–In een traditionele stamboom is de volgorde van de namen die van vaders en zonen, waarmee een chronologie gegeven is. Als je uitgaat van een horizontale lezing van de stamboom van Jezus bij Lukas dan is de volgorde van de namen niet noodzakelijk een chronologische en vaste opvolging van vaders en zonen. Tussen David en Adam volgt Lukas wel de chronologie van vaders en zonen zoals gegeven in het Oude Testament, maar in de lijst van Jezus naar David wijkt hij daarvan af.

Je kunt je afvragen:

Welke ordening volgt Lukas in die namenlijst van Jezus naar David?

Volgt Lukas een bepaalde chronologie of een bepaald thema?

Combineert hij namen zoals bijvoorbeeld Amos en Nahum, Zerubbabel en Sealtiel, en de vier aartsvaders?

Of is deze lijst een willekeurige verzameling namen, die Lukas geeft als voorbeeld van mensen waarvan Jezus de zoon is? Hij is de zoon van alle mensen, dus ook van deze door hem gekozen namen.

 

-De schrijfwijze en uitspraak van namen wisselt soms afhankelijk van de schrijver van het betreffende boek en afhankelijk van de taal en/of vertaling. Hebreeuwse namen zijn soms afwijkend weergegeven in de Septuagint, de Griekse vertaling van het Oude Testament die veel gebruikt werd rond het begin van de jaartelling en waarvan Lukas hoogstwaarschijnlijk ook gebruik gemaakt heeft. Dit maakt het soms lastig om namen 'thuis' te brengen.

 

-In de namenlijst (van Jezus tot David) van Lukas kunnen ook namen van vrouwen staan. Alleen vanuit het 'horizontale' perspectief is dit mogelijk (en kan het gezien worden). Bijvoorbeeld de namen Addi, Menna, Melea e.a. Dit vraagt verder onderzoek.

 

“Jezus is de zoon, naar men meende”:

 

Van Jozef

Jozef wordt door Lukas in de namenlijst tussen Jezus en David driemaal genoemd (en zelfs viermaal als 'Josek' gelezen wordt als 'Jozef', zoals bijv. in de Statenvertaling e.a.). De naam van Jozef krijgt daarmee een heel belangrijke rol en positie. Jozef, de aartsvader, is de erfgenaam van de zegen van Abraham, Izaak en Jakob/Israël. Hij heeft het eerstgeboorterecht ontvangen in de plaats van Ruben (1Kron.5:1). Hij is de erfgenaam van Israël en van de beloften van land en vruchtbaarheid en Jozef's jongste zoon Efraïm erft die beloften van hem. Zijn nageslacht zal 'een volheid van volken worden' (Gen.48, Gen.49:22-26). Jezus is bij Lukas 'ben Jozef', de zoon van Jozef en de grote zoon van Israël, de eeuwige erfgenaam en de vervulling van de beloften. Jozef, de vader van Jezus, krijgt duidelijk ook een brede (geestelijke) betekenis in deze namenlijst, die veel verder gaat dan alleen 'de man van Maria'.

 

Van Eli

Eli was de laatste hogepriester te Silo en hij was rechter gedurende veertig jaar. Hij had twee zoons, Hofni en Pinehas, die hun priesterwerk slecht deden en waarvan God in zijn oordeel over Eli en zijn huis had gezegd: 'op één dag zullen zij beiden sterven' ( 1Sam.2:27-36). In een oorlog tegen de Filistijnen kwamen zijn zonen op één dag om en werd de ark buit gemaakt door de Filistijnen. Toen Eli dit (met name de buitmaking van de ark) op achtennegentig jarige leeftijd hoorde viel hij van zijn stoel achterover, brak zijn nek en stierf.

Verder beloofde God dat al Eli's nakomelingen in de kracht van hun leven zouden sterven. Koning Saul liet later het priestergeslacht van Eli doden in de stad Nob; alleen Abjatar, kleinzoon van Eli, ontkwam, maar hij werd door koning Salomo uit zijn priesterambt gezet en verbannen. Zo werd Gods woord over het huis van Eli in vervulling gebracht (1Sam.22:17-19 ; 1Kon.2:26,27).

Jezus is de zoon van Eli: Hij is de vervulling van het hogepriesterschap van Eli, Hij is de ware Hogepriester en Rechter. Jezus heeft met zijn priesterlijke gerechtigheid het oordeel van God over Eli en zijn huis overwonnen en tevens heeft Hij de hemelse tempel geopend, toegankelijk gemaakt, en de ark van zijn verbond voor altijd zichtbaar gemaakt (Op.11:19).

 

Van Mattat 

Onbekend, misschien is Mattat (Mattatha) de naam van een vrouw.

 

Van Levi

Een leerling van Jezus, een tollenaar/zondaar met wie Jezus een feestelijke maaltijd gebruikte. Dit vond plaats samen met een grote groep andere tollenaars en zondaars, waarvan Jezus zei tegen de kritische farizeeën en hun schriftgeleerden, dat Hij niet gekomen was om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars om ze tot inkeer te brengen (Luk.5:27-32). Jezus wil de zoon zijn van Levi, de tollenaar, en alle onrechtvaardigen om hen een nieuw leven te geven door de vergeving van hun zonden.

Levi is ook de naam van een van de aartsvaders (zie verderop).

 

Van Melchi

'Malkia' (Malchia) was de naam van meerdere “exogaam gehuwde” mannen (Wijchers, 1994), die uit de ballingschap teruggekeerd waren ten tijde van Ezra (Ezr.10:25,31), en die getrouwd waren met een 'vreemde' (niet-Israëlitische) vrouw uit de bevolking van het land: “Ze hebben namelijk meisjes van die volken tot vrouw genomen, voor zichzelf en voor hun zonen, en zo hebben zij, het heilige zaad, zich vermengd met de bevolking van het land. De leiders en bestuurders gingen in deze ontrouw voorop.” (Ezr.9:2). Dit was uitdrukkelijk verboden onder de wet van Mozes (Deut.7:3). Malkia heeft, net als veel andere mannen, onder gezag van Ezra zijn niet-Israëlitische vrouw (met kinderen) weggestuurd.

Jezus is de zoon van Malkia: Hij heeft de 'muur van vijandschap' tussen Israël en de volkeren afgebroken en de twee één gemaakt en Hij heeft de weggestuurde vrouwen (en kinderen) gerechtvaardigd als hun zoon van gerechtigheid.

 

Van Jannai

(Janai, Jaanai, Janna). Onbekend, misschien is Jannai de naam van een vrouw.

 

Van Jozef, Van Mattatias

1. Jozef (ook Barsabbas, die de bijnaam Justus had) en Mattias (afkorting van Mattatias) waren de twee kandidaten voor de vrijgekomen plaats in de groep apostelen na de dood van Judas. Door loting werd Mattias verkozen om twaalfde apostel te zijn. Jezus is de zoon van Mattias, die als apostel een van de eerste getuigen werd van Jezus' opstanding, waarin ook zijn eigen rechtvaardiging gegeven is. Jozef kwam op de tweede plaats, niet verkozen tot apostel, maar Jezus wil ook zijn zoon van gerechtigheid zijn (Hand.1:15-26).

2. Jozef van Arimatea zorgde ervoor dat Jezus' lichaam na zijn dood van het kruis werd afgehaald en met linnen doeken omwikkeld begraven werd in een rotsgraf. Jezus is de zoon en Heer van Jozef van Arimathea en Hij heeft hem gerechtvaardigd door hem met Zichzelf in zijn dood, begrafenis en opstanding mee te nemen naar God (Luk.23:50-53).

 

Van Amos

Amos was een profeet uit Juda, rond 750 v Chr. In zijn profetie kondigt hij het vuur van Gods oordeel aan over diverse volken, bij wijze van inleiding, maar vooral over Israel, zowel het zuidrijk in Juda, als het noordrijk in Samaria. Zijn profetie gaat over geheel Israel, het volk dat God uit Egypte geleid heeft (Am.1:1, 3:1, 6:1). Israel zal in alle volken 'geschud en gezeefd' worden. Maar tenslotte zal God het 'vervallen huis van David herbouwen' (Am.9:9-15) en 'het lot van mijn volk Israël ten goede keren'. Jezus is de zoon van Amos. Hij is de vervulling van zijn profetie: Hij heeft het oordeel en het heil over Israël ontvangen (Joh.5:22-24). Door Hem zal het vervallen huis van David herbouwd worden en door Jezus zullen ook de heidenvolken zich bekeren en gezegend zijn (Hand.15:15,16).

 

Van Naum

Naum, of Nahum, was een profeet die rond 650 v Chr leefde en over de ondergang van Nineve, het machtscentrum van Assyrie, profeteerde. Het oordeel dat God uitspreekt over Nineve bij monde van Nahum is definitief. Nineve zal worden verwoest. Nahum profeteert tegen het heidendom en de wreedheid van Nineve. Jezus is de zoon van Nahum. Hij vervult het oordeel over de wreedheid van de volken, in zijn dood en opstanding, en Hij onderwijst de volken aangaande recht en gerechtigheid.

 

Van Hesli (Atsalyahu, Azaliah, Esli, Eslei), Van Naggai (Nagga, Nagai, Nogah, Nagge), Van Maat (Maath, Mah-ath).

Onbekend, misschien zijn het namen van vrouwen.

 

Van Mattatias, zie boven, verder onbekend.

 

Van Semein, Van Josek, Van Joda, Van Joanan

In Ezra 10 geeft de schrijver een lijst van exogaam gehuwden. Hieronder bevinden zich ook deze namen: Simi (10:23,33,38; Semein), Josef (10:42; Josek), Joda (10:23) en Joanan (10:28).

Zij waren uit de ballingschap teruggekeerd ten tijde van Ezra en getrouwd met een 'vreemde' (niet-Israëlitische) vrouw uit de bevolking van het land: “Ze hebben namelijk meisjes van die volken tot vrouw genomen, voor zichzelf en voor hun zonen, en zo hebben zij, het heilige zaad, zich vermengd met de bevolking van het land. De leiders en bestuurders gingen in deze ontrouw voorop.” (Ezr.9:2). Dit was uitdrukkelijk verboden onder de wet van Mozes (Deut.7:3). Zij hebben, net als veel andere mannen, onder gezag van Ezra hun niet-Israëlitische vrouw (met kinderen) weggestuurd. Jezus is hun zoon: Hij heeft de 'muur van vijandschap' tussen Israël en de volkeren afgebroken en de twee één gemaakt en Hij heeft de weggestuurde vrouwen (en kinderen) gerechtvaardigd als hun zoon van gerechtigheid.

 

Van Resa.

Onbekend, misschien is Resa (Rhesa) de naam van een vrouw.

 

Van Zerubbabel, Van Sealtiel

Zerubbabel is volgens de tekst van 1Kron.3:19 niet de zoon van Sealtiel, maar van Pedaja, de broer van Sealtiel. Over Sealtiel wordt niets gezegd, behalve dat hij met zijn vader Jojakin en zijn familie weggevoerd is naar Babylon en daar vermoedelijk zijn hele leven als gevangene heeft doorgebracht. Hij verbleef daar als verstoten troonopvolger zonder kroon, zonder troon en zonder land, geheel in overeenstemming met het woord van God, dat geen nageslacht van Jojakin op de troon zou zitten (Jer.22:30). Zijn leven is het absolute dieptepunt van de geschiedenis van Israël/Juda. Lukas heeft Sealtiel, samen met 'Zerubbabel de zoon van Sealtiel', in het midden van de namenlijst tussen Jezus en David geplaatst.

Zerubbabel, de zegelring en uitverkorene van de Heer (Hagg.2:23), is wat de koninklijke lijn betreft door God in ere hersteld, hoewel hij, noch iemand na hem, op de troon van David gezeten heeft. Hij was de leider van de terugkeer uit de ballingschap en van de herbouw van de tempel in Jeruzalem, en in die zin was hij de hoop van Israel en Sealtiel. Zerubbabel wordt in de bijbel dan ook opvallend vaak 'Zerubbabel, de zoon van Sealtiel' genoemd. Op een of andere wijze (adoptie, zwagerhuwelijk, of geestelijk?) had Sealtiel, die zelf geen zonen had voor zover bekend, in Zerubbabel een officiele (geestelijke) erfgenaam. Zerubbabel en Sealtiel vormen een twee-eenheid van ballingschap en terugkeer, van gevangenschap en bevrijding, van dood en opstanding, waarin zij betekenisvol zijn in relatie tot Jezus, hun zoon. Jezus heeft de ballingschap van Sealtiel en het (tijdelijke) herstel door Zerubbabel tot een eeuwige vervulling gebracht met zijn dood en opstanding.

 

Van Neri (Nerei, Neriah, Neriyah, Nereias), Van Melchi, Van Addi, Van Kosam (Cosam, Cosan), Van Elmadan.

Onbekend, misschien zitten hier namen van vrouwen bij.

 

Van Er

'Er' is de eerstgeboren zoon van Juda (Gen.38). Juda ging weg van zijn familie, na het bedrog tegenover zijn vader Jakob. Juda en zijn broers hadden Jozef als slaaf verkocht naar Egypte en Jakob voorgelogen dat Jozef gedood was door een wild dier. Juda trouwde met een Kanaänitische vrouw genaamd Batsua, de dochter van Sua, en kreeg 'Er', zijn eerstgeborene. 'Er' kreeg later Tamar als vrouw, maar voordat hij nageslacht kon verwekken doodde de Heer hem “omdat Er slecht was in de ogen van de Heer”. Waarom liet God 'Er' sterven? Men neemt vaak aan dat 'Er' slecht' was, moreel verdorven, een misdadig man en dat hij het verdiende te sterven. Hier is m.i. echter meer aan de hand. 'Er' was de zoon van een Kanaänitische vrouw en dus geen Israëliet. Juda, zijn vader, is de erfenaam van de heersersstaf, de scepter, van Israël en 'Er' heeft als eerstgeborene erfrecht.

Het is echter ondenkbaar dat een Kanaäniet die heersersstaf zou erven. Kanaän was door Noach vervloekt omdat Cham, een zoon van Noach, 'de naaktheid van Noach gezien had', d.w.z. Dat Cham incest pleegde met zijn moeder, de vrouw van Noach. Daarvan was Kanaän de vrucht.

Daarom kon 'Er' noch zijn nageslacht onmogelijk de erfgenaam van de belofte zijn. God liet hem sterven nog voor hij nageslacht kon verwekken, evenals de tweede zoon van Juda, Onan, die een zwagerhuwelijk moest aangaan met Tamar. Juda had hetzelfde kwaad gedaan als de mannen van de terugkeer na de ballingschap, nl. dat hij trouwde met een 'vreemde' vrouw, afkomstig uit de bevolking van het land, een Kanaänitische vrouw (vgl. Ezr. 10).

Maar nu is Jezus de zoon en de toekomst van 'Er': Jezus' gerechtigheid is de verlossing van de vloek en het oordeel over Kanaän en de rechtvaardiging van 'Er'. En tevens is Jezus, als Mensenzoon, de rechtvaardiging van Juda. Jezus heeft de muur tussen jood en heiden afgebroken, en Hij heeft ook de heidenen 'rein' verklaard en toegang gegeven tot het heil (vgl. Hand.10:28 ; Ef.2:14).

 

Van Jozua

1. Jozua (Jesua), de zoon van Josadak, was de eerste hogepriester na de terugkeer van de ballingen uit Babel. Hij is de gekroonde hogepriester (Zach.6:11,12), beeld van de komende Telg, die de tempel zal herbouwen. Jezus is de zoon van deze Jozua, de beloofde Telg, de grote Hogepriester en Koning en de vervulling van de profetie van Zacharia.

2. Jozua, de zoon van Nun uit de stam van Jozef/Efraim, was de opvolger van Mozes. Met hem begon de verovering van Kanaan en de verdrijving/bestrijding van de heidenvolken. Hij liet de Israelieten besnijden en hield het eerste Paasfeest in het Beloofde Land. Hij had een visioen van een man aan wie Jozua vroeg: hoor je bij ons of bij de vijand? Die 'man' zei: Geen van beide, ik ben de Aanvoerder van het leger van de Heer. Jozua erkende zijn Meerdere en deed wat Hij zei. In zijn strijd tegen de vijf Amoritische koningen bad Jozua: ‘Zon, sta stil boven Gibeon, maan, blijf staan boven de vlakte van Ajjalon.’ En God verhoorde dit gebed.

Jezus is de zoon van Jozua, Hij volbrengt met zijn dood en opstanding het werk dat Jozua begon. In Hem verovert God door de Geest van het evangelie de wereld van de heidenvolken. De goden van de volken, de zon en de maan, gehoorzamen Jezus, de Zoon van alle volken en de Heer van de hemelse machten.

 

Van Eliezer

1. Eliezer was een van de priesterzonen van Jozua (Jesua), die met vreemde vrouwen getrouwd waren en die deze vrouwen met hun kinderen wegstuurden. Ook andere mannen in de namenlijst van Ezra droegen die naam: Eliezer, een van de Levieten, en Eliezer, een van de zonen van 'Charim' (Ezr.10:18,23, 31). Jezus is de zoon van Eliezer, en al die andere mannen die hun vrouwen (met kinderen) wegstuurden ten tijde van Ezra: Hij heeft de 'muur van vijandschap' tussen Israel en de volkeren afgebroken en de twee één gemaakt. En Hij heeft hun vrouwen (en kinderen) gerechtvaardigd als hun zoon van gerechtigheid.

2. Eliezer was ook de zoon van Zippora en Mozes, die hij niet besneden had toen hij in opdracht van God op weg ging naar Egypte om Israel te bevrijden. Onderweg In een nachtverblijf wilde God Mozes doden, maar zijn vrouw Zippora voorkwam dat door Eliezer te besnijden en Mozes' voeten aan te raken met de voorhuid van haar zoon. “Bloedbruidegom” noemde Zippora Mozes.

Jezus is de zoon van Eliezer. Hij is de besnijdenis en de verlossing, door Zijn bloed, van Eliezer en Mozes.

 

Van Jorim

Joram (Grieks “Jorim”) is o.a. de naam van twee koningen. De ene over Juda en de ander over Israel.

1. Joram, de zoon van Josafat, was koning van Juda. Hij regeerde acht jaar in Jeruzalem. Hij doodde na zijn troonsbestijging zijn 6 jongere broers en voerde de afgodendienst in (2Kr 21:2-4, 2Kron.21:11-13). Hij deed wat slecht was in de ogen van de Heer, net als de koningen van Israel (2Kon.8:16-19). Hij stierf een 'gruwelijke dood' na een ziekte aan de ingewanden. “Zijn heengaan werd door niemand betreurd. Hij werd begraven in de Davidsburcht, maar niet bijgezet in de koninklijke grafkamers.” (2Kron.21:20). Omwille van het verbond met David heeft God het huis van David gespaard. Matteus noemt hem in zijn geslachtslijst van de Messias. Jezus is zijn zoon:

door zijn dood en opstanding is Hij het Oordeel en de Gerechtigheid van Joram. En Hij is de Gerechtigheid van de door hem vermoordde broers: Azarja, Jechiel, Zekarja, Azarjahu, Michael en Sefatja. Uiteindelijk heeft God het huis van David gespaard omwille van Jezus, die alles nieuw maakt.

2. Joram, de zoon van Achab, was koning van Israel. Hij regeerde 12 jaar over Israel, waarvan zeven jaar tegelijk met Joram de koning van Juda. Hij deed wat slecht was in Gods ogen, hoewel niet zo erg als zijn vader Achab. Hij werd met een pijl door Jehu gedood en op de akker van Nabot geworpen. Met zijn dood kwam er een eind aan zijn geslacht, het geslacht van Omri, die nog slechter dan zijn voorgangers (1Kon.16:25). Jezus is ook de zoon, het oordeel en de gerechtigheid, van deze Joram.

 

Van Mattat

Onbekend, misschien is Mattat (Mattatha) de naam van een vrouw.

 

Van Levi, Van Simeon

Levi en Simeon werden door hun vader in zijn 'zegen' (Gen.49:5-7) gestraft voor hun wraakzucht n.a.v. de verkrachting en dood van hun zus Dina (Gen.34). Zij werden verstooiden onder Israël en kregen geen eigen stamgebied. Simeon mocht op een klein deel in het stamgebied van Juda wonen (Jozua 19:1) en Levi kreeg het priesterschap toebedeeld, waardoor zijn erfdeel de Heer zelf werd c.q. een deel van de offergaven om van te leven (Deut.10:7, 18:1-7). In Jezus als zoon van Levi en zoon van Simeon hebben zij uiteindelijk hun oordeel, rechtvaardiging en erfdeel ontvangen.

 

Van Juda

Juda heeft in de zegen van zijn vader Jakob de heersersstaf gekregen. “In Juda’s handen zal de scepter blijven, tussen zijn voeten de heersersstaf, totdat hij (‘Silo’) komt die er recht op heeft, die alle volken zullen dienen.” Gen.49:8-12. Een nakomeling van hem, zijn zoon, zal de scepter voor altijd bezitten en alle volken zullen hem dienen. Die zegen is tot vervulling gekomen, zegt Lukas, in 'de zoon van Juda': Jezus. Om die reden was nageslacht van Juda met een Kanaänitische vrouw onacceptabel (Gen.38, zie boven bij 'Er').

 

Van Jozef

Jozef, de aartsvader, is de erfgenaam van de zegen van Abraham, Izaak en Jakob/Israel. Hij heeft het eerstgeboorterecht ontvangen in de plaats van Ruben (1Kron.5:1). Hij is de erfgenaam van Israël en van de beloften van land en vruchtbaarheid en Jozef's jongste zoon Efraim erft die beloften van hem. Zijn nageslacht zal 'een volheid van volken worden' (Gen.48, Gen.49:22-26). Jezus is bij Lukas 'ben Jozef', de zoon van Jozef en de grote zoon van Israel, de eeuwige erfgenaam en de vervulling van de beloften.

 

Van Jonan

Jona (in de Septuagint Jonan) profeteerde onder de heidenen van zijn tijd in de grote Assyrische stad van de oudheid Nineve. Hij predikte bekering in Nineve en de stad bekeerde zich (zie het boek Jona). Jezus waarschuwt zijn generatie: “De mannen van Nineve zullen in het oordeel opstaan met dit geslacht en het veroordelen, want zij hebben zich bekeerd op de prediking van Jona, en zie, meer dan Jona is hier.” (Luk.11:32). Jezus, de zoon van Jona, is de grote Profeet voor de heidenen en de heidenen bekeren zich op zijn prediking van Gods komende koninkrijk.

 

Van Eljakim

1. Sebna, de beheerder van het paleis van koning Hizkia, maakte er een potje van en hij werd door God verbannen, en zijn ambt en macht gaf God aan Eljakim, de zoon van Hilkia. Hij kreeg 'de sleutel van het huis van David. Als hij opendoet, kan niemand sluiten, als hij sluit, kan niemand openen.' (Jes.22:15-22). Jezus is de zoon en erfgenaam van Eljakim en de vervulling van deze profetie van Jesaja (Op.3:7).

2. Eljakim is de oorspronkelijke naam van koning Jojakim van Juda. Farao Necho van Egypte veranderde zijn naam in Jojakim. Zijn heerschappij was hardvochtig en hij voerde de afgoderij weer in, die door zijn vader was afgeschaft. Over hem zei God: hij zal niemand hebben die op de troon van David zal zitten. (Jer.36:30). Zijn zoon Jojakin zat een paar maanden op de troon toen hij gevangen genomen werd en naar Babylon gevoerd. Ook over Jojakin zei God: schrijf hem kinderloos, want geen van zijn nakomelingen zal op de troon van David zitten. Jojakim/Eljakim wordt door Matteus genoemd in zijn geslachtslijst van Jezus. Jezus is de zoon/nakomeling van deze Eljakim. Door zijn dood en opstanding heeft Jezus de eeuwige troon van David verkregen, en is Hij het oordeel en de rechtvaardiging geworden van Eljakim.

 

Van Melea, Van Menna (Mena, Mainan, Menan). Onbekend, misschien zijn het namen van vrouwen.

 

Van Mattatta, Van Natan

1. Mattatta en Natan waren mannen die uit de ballingschap teruggekeerd waren ten tijde van Ezra (Ezr.10:33,39), en die getrouwd waren met een 'vreemde' (niet-Israelitische) vrouw uit de bevolking van het land: “Ze hebben namelijk meisjes van die volken tot vrouw genomen, voor zichzelf en voor hun zonen, en zo hebben zij, het heilige zaad, zich vermengd met de bevolking van het land. De leiders en bestuurders gingen in deze ontrouw voorop.” (Ezr.9:2). Dit was uitdrukkelijk verboden onder de wet van Mozes (Deut.7:3). Mattatta en Natan hebben, net als veel andere mannen, onder gezag van Ezra hun niet-Israelitische vrouwen (met eventuele kinderen) weggestuurd. Jezus is de zoon van Mattatta en van Natan, en al die andere mannen: Hij heeft de 'muur van vijandschap' tussen Israel en de volkeren afgebroken en de twee één gemaakt en Hij heeft de weggestuurde vrouwen (en kinderen) gerechtvaardigd als hun zoon van gerechtigheid.

2. Natan was een profeet ten tijde van koning David. Toen David het plan opperde om voor God een huis/tempel te bouwen kreeg Natan de opdracht van God om tegen David te zeggen: 'Wil jij voor Mij een huis bouwen? Ik zal voor jou een koninklijk huis bouwen. Jouw nakomeling, jouw eigen zoon, zal voor altijd op de troon zitten en hij zal voor mij een huis bouwen', (2Sam.7). Jezus de zoon van Natan, is de uiteindelijke vervulling van deze profetie. Hij heeft zich voor altijd geplaatst aan de rechterhand van God en Hij bouwt voor God een Huis en Tempel om in te wonen, zijn nieuwe Jeruzalem.

3. Natan was ook de naam van een van de vier zonen van David, die hij had bij Batseba. Over hem wordt nagenoeg niets vermeld in de bijbel. David's zoon Salomo was zijn erfgenaam, troonopvolger en koninklijke voorvader van de Messias. Maar Jezus is ook de zoon, erfgenaam en erfenis van Natan, de zoon van David, evenals van al die andere zonen van David. Ook voor hen geldt dat Jezus hun zoon en hun Heer is (Mt.22:43).

4. Mattatta kan ook de naam van een vrouw zijn.

 

Van David

David was de grote koning van Israel, de man naar Gods hart. Er zou altijd een opvolger van hem op de troon van David zitten. David noemt zijn zoon, die zijn zonden vergeven heeft, 'Heer' (Luk.20:44). De belofte van God is voor altijd vervuld in Jezus, de zoon van David. Aan zijn koningschap komt geen einde.

 

Van Isai

Jezus is de zoon van Isai. Deze zoon is de beloofde 'telg uit de stronk van Isai en de scheut van zijn wortels'. Hij zal door de Geest van God rechtvaardig regeren en alle volkeren zullen Hem zoeken (Jes.11:1-12).

 

Van Obed, Van Boaz, Van Salma, Van Nachson, Van Amminadab, Van Admin (ingevoegd), Van Arni (ingevoegd), Van Chesron, Van Peres, Van Juda (zie boven)

 

Van Jakob, Van Isaak, Van Abraham

God zegende Abraham, Izaak en Jakob en beloofde hen: 'Ik zal uw nageslacht zeer talrijk maken en in u zullen alle volken op aarde gezegend worden'. Deze zegen is door Jakob/Israël in het eerstgeboorterecht i.p.v. aan Ruben doorgegeven aan Jozef en zijn zoon Efraim, (Gen.48:19, Gen. 49:22-26). Jezus is de zoon van Abraham, van Izaak en van Jakob in wie God uiteindelijk alle volkeren op aarde zegent, (Gen.12:3 ; 22:18 Abraham; Gen.26:4 Izaak; Gen.28:14 Jakob; Gal.3:8).

 

Van Terach, Van Nachor, Van Serug, Van Reu, Van Peleg, Van Eber, Van Selach, Van Kenan (ingevoegd), Van Arpaksad, Van Sem, Van Noach, Van Lamech, Van Metuselach,

Van Henoch, Van Jered, Van Mahalalel, Van Kenan, Van Enos, Van Set,

 

Van Adam

Jezus is de zoon van Adam, de 'ben Adam', de Mensenzoon en de erfgenaam van de schepping. Hij heeft 'de weg naar de levensboom' weer toegankelijk gemaakt (Gen.3:24). Deze Zoon heeft de vloek over de vrouw en de man weggenomen en 'de kop van de slang verbrijzeld'. Jezus is de nieuwe Adam, de bron van het eeuwige leven voor ieder die gelooft.

 

Van God

Lukas eindigt deze namenlijst met “Jezus is de zoon van God”. In feite begint hij de stamboom in vers 3:21, met de doop in de Jordaan, waar een stem uit de hemel roept: “Deze is mijn zoon”. Begin en eind bevatten dezelfde verklaring over de oorsprong van Jezus als zoon van God.

Met deze laatste twee, Adam en God, verklaart Lukas de eenheid van de Mensenzoon ('ben Adam') en de zoon van God: Jezus is de Mensenzoon én de zoon van God, de Messias van Israël (vgl. Luk. 22:67-71).

 

Slot

De basisgedachte van dit artikel is de horizontale lezing van de 'genealogie' van Lukas. Daarin verbindt Lukas de naam van gewone feilbare mensen ieder afzonderlijk met de Naam van Jezus als hun zoon en Heer (hun erfgenaam en erfenis) die hen oordeelt en rechtvaardigt.

Het is duidelijk dat bovenstaande onvolledig is. Niet elke naam is thuis te brengen en misschien hoeft dat ook niet. Ook 'onbekenden' hebben bij God een naam. Het kan zijn dat er namen van vrouwen in de lijst staan, maar dit kan ik onvoldoende hard maken, hoewel ik de gedachte zelf op zijn plaats acht omdat de Heer oog heeft voor ieder mens, vooral de gebrokenen, de zwakken en armen en dit zijn bijvoorbeeld die Kanaänitische vrouwen die door hun echtgenoten (evt. met kinderen) weggestuurd werden omdat zij van niet-Israëlitische (Kanaänitische) afstamming waren en niet van het 'heilige zaad' (Ezra 10). Daar komt bij dat Lukas in zijn evangelie bijzonder veel aandacht geeft aan de aanwezigheid van vrouwen.

De schrijfwijze van namen is, als je meerdere vertalingen erop naslaat, verwarrend en niet eenduidig, afhankelijk van de voorkeur voor de Hebreeuwse of Griekse achtergrond van de naam en andere accenten van de vertaler. Dat maakt het lastig om een naam een-op-een te verbinden met één persoon uit de bijbel. Het gezichtspunt van de horizontale lezing geeft grote vrijheid om elke persoon met dezelfde naam uit de bijbel te verbinden met een naam uit de lijst van Lukas. Of dit altijd door mij met recht is gedaan staat nog te bezien, maar vooralsnog heb ik ruim gebruik gemaakt van die vrijheid.

De namenlijst van Lukas is zo niet simpelweg een opsomming van zonen en vaders, maar een lange 'wolk van getuigen': mensen die met hun bestaan direct of indirect getuigen zijn van het oordeel en de gerechtigheid die In Jezus vervuld is. Ik nodig ieder uit om bovenstaande visie kritisch te bekijken en een eigen mening en/of aanvulling te geven.

 

Zie ook:

Wat is een 'evangelie'?

Jezus de Nazarener?

Maagdelijke geboorte 1

Maagdelijke geboorte 2