De geboorteverhalen.

De openingszetten van Matteus 1 en 2.

 

Het begin van evangelie van Matteus, de eerste twee hoofdstukken, roept voor mij vragen op. Hoewel het m.i. prachtige verhalen zijn en heel compact en slim opgezet, heb ik toch iets van: wat doet de schrijver hier eigenlijk en wat probeert hij nu te vertellen?
Ik denk, om te beginnen, dat Matteus hier antwoord geeft op twee doodgewone vragen als je een bericht, goed nieuws, schrijft over iemand, in dit geval Jezus:
hij vertelt wie die persoon is, en waar hij vandaan komt.


De manier waarop Matteus die vragen beantwoordt is wel vreemd, het zijn bijna sprookjes of volksverhalen, die uit de duim gezogen zijn. Maar als je dat zegt, dan ben je snel klaar. Matteus doet denk ik veel meer.

Een aantal dingen vallen op in zijn verhaal:
-hij geeft een lange lijst van voorouders (3 x 14) van Jezus.
-hij noemt Jezus 'de Christus' (= de Messias).
-hij noemt hem 'Immanuel'.
-hij noemt hem 'koning van de joden'.
-de verwekking van Jezus is bijzonder ('maagdelijk').
-rondom de geboorte spelen zich bijzondere verschijnselen af, zoals:
-de wijzen uit het oosten die een ster volgen, die hen leidt naar de geboorteplaats Betlehem.
-de heerschappij van koning Herodus, die Jezus tracht te doden en daarom een kindermoord uitvoert.
-de vlucht naar Egypte van het gezin.
-de terugkeer naar Israel, en de vestiging in Nazaret.
-hij noemt hem 'de Nazarener'.

 

Hierop wil ik in de volgende pagina's meer ingaan.